- Land
- Nederland
- Conditie
- Gebruikt
- Provincie
- Limburg
Omschrijving:
DE WIND IN DE TOREN
MAU TSETOENG EN DE CHINESE REVOLUTIE
1949-1975
HAN SUYIN
© 1978 Nederlandse vertaling:
Uitgeverij In de Toren, Baarn
Boek met witte kaft met illustratie met zwart/rode letters in perfecte conditie;
432 pagina's;
Het eerste deel van Han Suyins levensbeschrijving van China's visionaire leider Mau Tsetoeng, De morgenvloed, geeft een beschrijving van de lange mars naar de sociale revolutie tot aan het eind van de Koreaanse oorlog. In De wind In de toren vervolgt Han Suyin haar epische verhaal met het jaar 1949, wanneer de rode legers de overwinning hebben behaald en Kommunistisch China een feit Is. Ze beschrijft de vijfentwintig jaren van China's huidige revolutle, de dingen die er ondanks alle moeilijkheden zijn bereikt en de betekenis van die revolutie voor de toekomst van de wereld.
Niemand is beter in staat dit relaas te vertellen dan Han Suyin. Omdat ze de leiders van China persoonlijk kent, kon ze niet alleen in kontakt komen met alle mensen die bij de gebeurtenissen betrokken waren geweest en hun herinneringen uit de eerste hand vernemen, maar kreeg ze ook toegang tot alle oorspronkelijke dokumenten die voor an dere schrijvers uit het Westen gesloten waren gebleven.
Mau komt In dit boek naar voren als een komplex denker. een bescheiden man, vergevingsgezind tegenover zijn vijanden, onbedorven door zijn macht, zich bewust van de gevaren en verleidingen waaraan een leider blootstaat, vertrouwend op de rebellie van de gewone man als waarborg tegen alle vormen van tirannie.
INHOUD
Voorwoord van de schrijfster
Voorwoord van Malcolm McDonald
DEEL I: DE OPBOUW VAN HET NIEUWE CHINA
1. De weg naar de toekomst
2. De ekonomische basis: landbouw en industrie, 1949-1955
3. De bovenbouw, de partijstrijd en Confucius
4. De hervorming van het denken en de intelligentsia
5. De tien grote tegenstellingen en relaties
6. De honderd bloemen
7. Oostewind, westewind: China, de Sovjetunie en de Verenigde Staten, 1949-1957
8. De Grote Sprong Voorwaarts en de kommunes, 1958-1959
9. Het tiende jaar: 1959 en de tweede grote strijd in de partij sinds 1949
10. De jaren van beproeving: september 1959 tot september 1962
11. Mau Tsetoeng kon tra het revisionisme, 1960-1962
DEEL II: DE KULTURELE REVOLUTIE EN DE JAREN DAARNA
1. Voorspel, 1962-1965
2. Revisionisme en imperialisme
3. De kulturele revolutie komt in beweging
4. De slingerende zigzagweg van de kulturele revolutie, 1966-1967
5. Opbouw na afbraak, 1968-1971
6. China en de wereld
7. Mau Tsetoeng, Confucius en de toekomst
8. De dood van Mau Tsetoeng
Noten
Mijn dank gaat uit naar talloze onderzoekers, talloze China-deskundigen van velerlei nationaliteit; het is werkelijk onmogelijk ze hier allemaal te vermelden. Op de eerste plaats ben ik wijlen Edgar Snow veel verschuldigd; zijn reportages over China, waar hij veertig jaar geleden, in 1936, mee begon, blijven ongeëvenaard. De heer Harrison Salisbury, tot voor kort hoofdredakteur van de New York Herald en één van de eerste Amerikanen die in de jaren zeventig China bezocht, is mij voortdurend tot steun geweest. De eruditie en het nauwgezette inzicht waar hij in zijn boeken over China blijk van geeft, vormen een hecht fundament voor objektieve en 5oed gedokumenteerde wetenschapsbeoefening. De heer Leo Goodstadt van de Far Eastern Economie Review in Hong Kong heeft me door zijn artikelen en zijn boek Mao: The Strategy of Plenty zeer geholpen; zijn boek is de eerste ekonomische studie die China's ekonomisch beleid en Mau Tsetoengs ideeën met elkaar in verband brengt. Ook professor John Fairbank en dr. Richard Solomon ben ik veel verschuldigd. Het boek van dr. Solomon, Mao's Revolution and the Chinese Political Culture, heeft een zenlijke bijdrage geleverd aan het ontzenuwen van vele valse voorstellingen rondom de zogenaamde Honderd-Bloemenperiode (1956-1957) en ook aan het signaleren van de invloed die het confucianisme nog steeds in het huidige revolutionaire China uitoefent.
Ik heb dit werk over de chinese revolutie zonder toelage of subsidie van enige instantie geschreven. Ik dank de regering van de Volksrepubliek China voor de talloze gelegenheden die ze mij geboden heeft om elemmerd rond te reizen, interviews af te nemen en talloze individuen (onder vier ogen en zonder dat we afgeluisterd werden) te spreken, zelfs wanneer ik het hartgrondig oneens was met sommige punten van het ïrd beleid. Ik alleen ben daarom verantwoordelijk voor de beschrijving van de gebeurtenissen, hun interpretatie en voor eventuele fouten. Ik hoop dat deze twee boeken een bijdrage leveren aan het zo noodzakelijke begrip tussen het chinese en amerikaanse volk. Op dit moment immers hangt de vrede in de wereld juist van dit betere begrip af, hoe verschillend beide systemen ook mogen zijn.
1 januari 1976
HAN SUYIN